1 Samuël 14:47
Toen nam Saul het koninkrijk over Israel in; en hij streed rondom tegen al zijn vijanden, tegen Moab, en tegen de kinderen Ammons, en tegen Edom, en tegen de koningen van Zoba, en tegen de Filistijnen; en overal, waar hij zich wendde, oefende hij straf.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
46Saul nu toog op van achter de Filistijnen, en de Filistijnen trokken aan hun plaats.
Cross References
Genesis 19:37En de eerstgeborene baarde een zoon, en noemde zijn naam Moab; deze is de vader der Moabieten, tot op dezen dag.
Genesis 36:1Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.
Genesis 36:19Dat zijn de zonen van Ezau, en dat zijn hunlieder vorsten; hij is Edom.
1 Samuel 11:11Het geschiedde nu des anderen daags, dat Saul het volk stelde in drie hopen, en zij kwamen in het midden des legers, in de morgenwake, en zij sloegen Ammon, totdat de dag heet werd; en het geschiedde, dat de overigen alzo verstrooid werden, dat er onder hen geen twee te zamen bleven.
1 Samuel 13:1Saul was een jaar in zijn regering geweest, en het tweede jaar regeerde hij over Israel.
2 Samuel 1:22Van het bloed der verslagenen, van het vette der helden, werd Jonathans boog niet achterwaarts gedreven; en Sauls zwaard keerde niet ledig weder.