1 Samuël 17:28
Als Eliab, zijn grootste broeder, hem tot die mannen hoorde spreken, zo ontstak de toorn van Eliab tegen David, en hij zeide: Waarom zijt gij nu afgekomen, en onder wien hebt gij de weinige schapen in de woestijn gelaten? Ik ken uw vermetelheid, en de boosheid uws harten wel; want gij zijt afgekomen, opdat gij den strijd zaagt.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
In Context
29Toen zeide David: Wat heb ik nu gedaan? Is er geen oorzaak?
Cross References
Genesis 37:4Als nu zijn broeders zagen, dat hun vader hem boven al zijn broederen liefhad, haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken.
Genesis 37:11Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.
1 Samuel 16:13Toen nam Samuel den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuel op, en hij ging naar Rama.
Psalms 35:11Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.
Proverbs 27:4Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?
Matthew 10:36En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.