bible.software › 1 Samuël › 1 Samuël 9 › 1 Samuël 9:10
1 Samuël 9:10
Toen zeide Saul tot zijn jongen: Uw woord is goed, kom, laat ons gaan. En zij gingen naar de stad, waar de man Gods was.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
Then said Saul to his servant, Well said; come, let us go. So they went unto the city where the man of God was.
In Context
9(Eertijds zeide een ieder aldus in Israel, als hij ging om God te vragen: Komt en laat ons gaan tot den ziener; want die heden een profeet genoemd wordt, die werd eertijds een ziener genoemd.)
11Als zij opklommen door den opgang der stad, zo vonden zij maagden, die uitgingen om water te putten; en zij zeiden tot haar: Is de ziener hier?
Read all of 1 Samuël 9
Cross References
1 Samuel 10:14En Sauls oom zeide tot hem en tot zijn jongen: Waar zijt gijlieden heengegaan? Hij nu zeide: Om de ezelinnen te zoeken; toen wij zagen, dat zij er niet waren, zo kwamen wij tot Samuel.
This Verse In Other Editions
Study 1 Samuël 9:10