Genesis 24:47
Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
In Context
Cross References
Genesis 24:53En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden.
Psalms 45:13En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken.
Isaiah 62:3En gij zult een sierlijke kroon zijn in de hand des HEEREN, en een koninklijke hoed in de hand uws Gods.
Ephesians 5:26Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;