Job 19:19
Alle mensen mijns heimelijken raads hebben een gruwel aan mij; en die ik liefhad, zijn tegen mij gekeerd.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
All my inward friends abhorred me: and they whom I loved are turned against me.
In Context
18Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.
20Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees; en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden.
Cross References
Job 6:21Voorwaar, alzo zijt gijlieden mij nu niets geworden; gij hebt gezien de ontzetting, en gij hebt gevreesd.
Psalms 41:9(41:10) Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.
Psalms 55:12(55:13) Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.
Psalms 55:20(55:21) Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.
Luke 22:48En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?