Job 39:2
Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
Canst thou number the months that they fulfil? or knowest thou the time when they bring forth?
In Context
1Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?
3Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?
Cross References
Jeremiah 2:24Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.