Spreuken 16:27
Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
An ungodly man diggeth up evil: and in his lips there is as a burning fire.
In Context
26De ziel des arbeidzamen arbeidt voor zichzelven; want zijn mond buigt zich voor hem.
28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.
Cross References
2 Samuel 20:1Toen was daar bij geval een Belials man, wiens naam was Seba, een zoon van Bichri, een man van Jemini; die blies met de bazuin, en zeide: Wij hebben geen deel aan David, en wij hebben geen erfenis aan den zoon van Isai, een iegelijk naar zijn tenten, o Israel!
Psalms 52:2Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.
Proverbs 2:4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
Proverbs 6:14In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.
Proverbs 19:28Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.
Habakkuk 2:13Ziet, is het niet van den HEERE der heirscharen, dat de volken arbeiden ten vure, en de lieden zich vermoeien tevergeefs?