Spreuken 29:4
Een koning houdt het land staande door het recht; maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort hetzelve.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
The king by judgment establisheth the land: but he that receiveth gifts overthroweth it.
In Context
5Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
Cross References
2 Samuel 8:15Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.
2 Kings 15:18En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; hij week al zijn dagen niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
Psalms 89:14Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.
Proverbs 8:15Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.
Proverbs 16:10Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.
Proverbs 20:8Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.