Spreuken 30:14
Een geslacht, welks tanden zwaarden, en welks baktanden messen zijn, om de ellendigen van de aarde en de nooddruftigen van onder de mensen te verteren.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
In Context
13Een geslacht, welks ogen hoog zijn, en welks oogleden verheven zijn;
Cross References
Job 29:17En ik verbrak de baktanden des verkeerden, en wierp den roof uit zijn tanden.
Psalms 3:7Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten.
Psalms 12:5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?
Psalms 52:2Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.
Psalms 57:5Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Proverbs 12:18Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.