Psalmen 116:11
Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
I said in my haste, All men are liars.
In Context
10Ik heb geloofd, daarom sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest.
12Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
Cross References
1 Samuel 27:1David nu zeide in zijn hart: Nu zal ik een der dagen door Sauls hand omkomen; mij is niet beter, dan dat ik haastelijk ontkome in het land der Filistijnen, opdat Saul van mij de hoop verlieze, om mij meer te zoeken in de ganse landpale van Israel; zo zal ik ontkomen uit zijn hand.
Psalms 12:2Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.
Psalms 31:22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.
Jeremiah 9:4Wacht u, een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elk broeder doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap.