The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 119 › Psalmen 119:136

Psalmen 119:136

Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Rivers of waters run down mine eyes, because they keep not thy law.

In Context

135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

137Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.

Read all of Psalmen 119

Cross References

1 Samuel 15:11Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning gemaakt heb, dewijl hij zich van achter Mij afgekeerd heeft, en Mijn woorden niet bevestigd heeft. Toen ontstak Samuel, en hij riep tot den HEERE den gansen nacht.

Psalms 119:53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

Jeremiah 9:1Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks.

Jeremiah 13:17Zult gijlieden dat dan nog niet horen, zo zal mijn ziel in verborgene plaatsen wenen vanwege den hoogmoed, en mijn oog zal bitterlijk tranen, ja, van tranen nederdalen, omdat des HEEREN kudde gevankelijk is weggevoerd.

Ezekiel 9:4En de HEERE zeide tot hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden.

Romans 9:2Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Біблія (Українська)

Study Psalmen 119:136

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 119:135Psalmen 119Psalmen 119:137 →