Psalmen 18:28
(18:29) Want Gij doet mijn lamp lichten; de HEERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
For thou wilt light my candle: the LORD my God will enlighten my darkness.
In Context
27(18:28) Want Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij.
29(18:30) Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur.
Cross References
2 Samuel 22:29Want Gij zijt mijn Lamp, o HEERE, en de HEERE doet mijn duisternis opklaren.
1 Kings 15:4Maar om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem.
Job 29:3Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde;
Psalms 132:17Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp toegericht.
Isaiah 2:11De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.
Isaiah 42:16En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.