Psalmen 41:8
Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
An evil disease, say they, cleaveth fast unto him: and now that he lieth he shall rise up no more.
In Context
9Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.
Cross References
Job 2:7Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.
Psalms 38:3Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.
Matthew 27:41En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden:
Luke 13:16En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats?