Psalmen 50:19
Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Thou givest thy mouth to evil, and thy tongue frameth deceit.
In Context
18Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
20Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
Cross References
Psalms 5:9(5:10) Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij.
Psalms 12:2(12:3) Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.
Psalms 52:2(52:4) Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.
Psalms 55:12(55:13) Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.
Psalms 64:3(64:4) Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;
Jeremiah 9:5En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.