Psalmen 56:1
Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath. (56:2) Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Be merciful unto me, O God: for man would swallow me up; he fighting daily oppresseth me.
In Context
Cross References
1 Samuel 21:11Doch de knechten van Achis zeiden tot hem: Is deze niet David, de koning des lands? Zong men niet van dezen in de reien, zeggende: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?
Psalms 16:1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.
Psalms 27:2Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen.
Psalms 35:25Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!
Psalms 58:1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth. (58:2) Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?
Psalms 59:10(59:11) De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.