Psalmen 78:35
En gedachten, dat God hun Rotssteen was, en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And they remembered that God was their rock, and the high God their redeemer.
In Context
34Als Hij hen doodde, zo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God vroeg;
36En zij vleiden Hem met hun mond, en logen Hem met hun tong.
Cross References
Exodus 15:13Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.
Deuteronomy 9:26En ik bad tot den HEERE, en zeide: Heere, HEERE, verderf Uw volk en Uw erfdeel niet, dat Gij door Uw grootheid verlost hebt; dat Gij uit Egypte door een sterke hand hebt uitgevoerd.
Deuteronomy 32:4Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Deuteronomy 32:30Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
Psalms 78:7En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;
Psalms 78:42Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;