bible.software › 1 Chronicles › 1 Chronicles 12 › 1 Chronicles 12:3
1 Chronicles 12:3
Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The chief was Ahiezer, then Joash, the sons of Shemaah the Gibeathite; and Jeziel, and Pelet, the sons of Azmaveth; and Berachah, and Jehu the Antothite,
In Context
2Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
Read all of 1 Chronicles 12
Cross References
2 Samuel 21:6Laat ons zeven mannen van zijn zonen gegeven worden, dat wij hen den HEERE ophangen te Gibea Sauls, o, gij verkorene des HEEREN! En de koning zeide: Ik zal hen geven.
1 Chronicles 11:28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;
This Verse In Other Editions
Study 1 Chronicles 12:3