1 Chronicles 3:13
Zijn zoon was Achaz; zijn zoon was Hizkia; zijn zoon was Manasse;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Ahaz his son, Hezekiah his son, Manasseh his son,
In Context
12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;
14Zijn zoon was Amon; zijn zoon was Josia.
Cross References
2 Kings 16:1In het zeventiende jaar van Pekah, den zoon van Remalia, werd Achaz koning, de zoon van Jotham, den koning van Juda.
2 Kings 18:1Het geschiedde nu in het derde jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van Israel, dat Hizkia koning werd, de zoon van Achaz, koning van Juda.
1 Chronicles 4:41Dezen nu, die met namen beschreven zijn, kwamen in de dagen van Hizkia, den koning van Juda, en zij sloegen de tenten en woningen dergenen, die daar gevonden werden; en zij verbanden hen, tot op dezen dag; en zij woonden aan hun plaats, want daar was weide voor hun schapen.
2 Chronicles 29:1Jehizkia werd koning, vijf en twintig jaren oud zijnde, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Abia, een dochter van Zacharia.
Matthew 1:9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;