The Bible Software
bible.software1 Chronicles1 Chronicles 4 › 1 Chronicles 4:28

1 Chronicles 4:28

En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And they dwelt at Beer-sheba, and Moladah, and Hazar-shual,

In Context

27Simei nu had zestien zonen en zes dochteren; maar zijn broeders hadden niet veel kinderen; en hun ganse huisgezin werd zo zeer niet vermenigvuldigd, als van de kinderen van Juda.

29En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,

Read all of 1 Chronicles 4

Cross References

Joshua 15:26Amam, en Sema, en Molada,

Joshua 19:1Daarna ging het tweede lot uit voor Simeon, voor den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen; en hun erfdeel was in het midden van het erfdeel der kinderen van Juda.

Joshua 19:9Het erfdeel der kinderen van Simeon is onder het snoer der kinderen van Juda; want het erfdeel der kinderen van Juda was te groot voor hen; daarom erfden de kinderen van Simeon in het midden van hun erfdeel.

Nehemiah 11:27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study 1 Chronicles 4:28

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 1 Chronicles 4:271 Chronicles 41 Chronicles 4:29 →