The Bible Software
bible.software › 1 Corinthiërs › 1 Corinthiërs 6 › 1 Corinthiërs 6:13

1 Corinthiërs 6:13

De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide dezen en die te niet doen. Doch het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor den Heere en de Heere voor het lichaam.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Meats for the belly, and the belly for meats: but God shall destroy both it and them. Now the body is not for fornication, but for the Lord; and the Lord for the body.

In Context

12Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen.

14En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.

Read all of 1 Corinthiërs 6

Cross References

Matthew 15:17Verstaat gij nog niet, dat al wat ten monde ingaat, in den buik komt, en in de heimelijkheid wordt uitgeworpen?

Mark 7:19Want het gaat niet in zijn hart, maar in den buik, en gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen.

John 6:49Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.

Romans 7:4Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

Romans 14:7Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.

1 Corinthians 3:16Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)

Study 1 Corinthiërs 6:13

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)
← 1 Corinthiërs 6:121 Corinthiërs 61 Corinthiërs 6:14 →