1 Kings 21:4
Toen kwam Achab in zijn huis, gemelijk en toornig over het woord, dat Naboth, de Jizreeliet, tot hem gesproken had, en gezegd: Ik zal de erve mijner vaderen niet geven. En hij leide zich neder op zijn bed, en keerde zijn aangezicht om, en at geen brood.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Numbers 22:13Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.
2 Samuel 13:4Die zeide tot hem: Waarom zijt gij van morgen tot morgen zo mager, gij koningszoon, zult gij het mij niet te kennen geven? Toen zeide Amnon tot hem: Ik heb Thamar, de zuster van mijn broeder Absalom, lief.
1 Kings 21:3Maar Naboth zeide tot Achab: Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik u de erve mijner vaderen geven zou!
Job 5:2Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
Ecclesiastes 7:8Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige.
Jonah 4:1Dit verdroot Jona met groot verdriet, en zijn toorn ontstak.