bible.software › 1 Samuël › 1 Samuël 14 › 1 Samuël 14:5
1 Samuël 14:5
De ene tand was gelegen tegen het noorden, tegenover Michmas, en de andere tegen het zuiden, tegenover Geba.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The forefront of the one was situate northward over against Michmash, and the other southward over against Gibeah.
In Context
4Er was nu tussen de doortochten, waar Jonathan zocht door te gaan tot der Filistijnen bezetting, een scherpte van een steenklip aan deze zijde, en een scherpte van een steenklip aan gene zijde; en de naam der ene was Bozes, en de naam der andere Sene.
6Jonathan nu zeide tot den jongen, die zijn wapenen droeg: Kom, en laat ons tot de bezetting dezer onbesnedenen overgaan; misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen.
Read all of 1 Samuël 14
Cross References
1 Samuel 13:3Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.
1 Chronicles 3:6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
Isaiah 10:29Zij trekken door den doorgang, te Geba houden zij hun vernachting; Rama beeft, Gibea Sauls vlucht.
This Verse In Other Editions
Study 1 Samuël 14:5