bible.software › 1 Samuël › 1 Samuël 17 › 1 Samuël 17:27
1 Samuël 17:27
Wederom zeide hem het volk achtervolgens dat woord, zeggende: Alzo zal men den man doen, die hem slaat.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And the people answered him after this manner, saying, So shall it be done to the man that killeth him.
In Context
26Toen zeide David tot de mannen, die bij hem stonden, zeggende: Wat zal men dien man doen, die dezen Filistijn slaat, en den smaad van Israel wendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van den levenden God zou honen?
28Als Eliab, zijn grootste broeder, hem tot die mannen hoorde spreken, zo ontstak de toorn van Eliab tegen David, en hij zeide: Waarom zijt gij nu afgekomen, en onder wien hebt gij de weinige schapen in de woestijn gelaten? Ik ken uw vermetelheid, en de boosheid uws harten wel; want gij zijt afgekomen, opdat gij den strijd zaagt.
Read all of 1 Samuël 17
This Verse In Other Editions
Study 1 Samuël 17:27