1 Samuël 25:13
David dan zeide tot zijn mannen: Een iegelijk gorde zijn zwaard aan. Toen gordde een iegelijk zijn zwaard aan, en David gordde ook zijn zwaard aan; en zij togen op achter David, omtrent vierhonderd man, en daar bleven er tweehonderd bij het gereedschap.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Joshua 9:14Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.
1 Samuel 23:13Toen maakte zich David en zijn mannen op, omtrent zeshonderd man, en zij gingen uit Kehila, en zij gingen heen, waar zij konden gaan. Toen aan Saul geboodschapt werd, dat David uit Kehila ontkomen was, zo hield hij op uit te trekken.
1 Samuel 27:2Toen maakte zich David op, en hij ging door, hij en de zeshonderd mannen, die bij hem waren, tot Achis, den zoon van Maoch, den koning van Gath.
1 Samuel 30:21Als David tot de tweehonderd mannen kwam, die zo moede waren geweest, dat zij David niet hadden kunnen navolgen, en die zij aan de beek Besor hadden laten blijven, die gingen David tegemoet, en het volk, dat bij hem was, tegemoet; en David trad tot het volk, en hij vraagde hen naar den welstand.
Proverbs 16:32De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.
Proverbs 19:11Het verstand des mensen vertraagt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.