The Bible Software
bible.software › 1 Thessalonicenzen › 1 Thessalonicenzen 2 › 1 Thessalonicenzen 2:4

1 Thessalonicenzen 2:4

Maar, gelijk wij van God beproefd zijn geweest, dat ons het Evangelie zou toebetrouwd worden, alzo spreken wij, niet als mensen behagende, maar Gode, Die onze harten beproeft.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

But as we were allowed of God to be put in trust with the gospel, even so we speak; not as pleasing men, but God, which trieth our hearts.

In Context

3Want onze vermaning is niet geweest uit verleiding, noch uit onreinigheid, noch met bedrog;

5Want wij hebben nooit met pluimstrijkende woorden omgegaan, gelijk gij weet, noch met enig bedeksel van gierigheid; God is getuige!

Read all of 1 Thessalonicenzen 2

Cross References

Numbers 27:16Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.

2 Kings 16:16En Uria, de priester, deed naar alles, wat de koning Achaz geboden had.

Psalms 7:9(7:10) Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!

Psalms 44:21(44:22) Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.

Proverbs 17:3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

Jeremiah 32:19Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Thessalonicenzen 2:4

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Thessalonicenzen 2:31 Thessalonicenzen 21 Thessalonicenzen 2:5 →