The Bible Software
bible.software › 1 Timotheüs › 1 Timotheüs 1 › 1 Timotheüs 1:7

1 Timotheüs 1:7

Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Desiring to be teachers of the law; understanding neither what they say, nor whereof they affirm.

In Context

6Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking;

8Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt;

Read all of 1 Timotheüs 1

Cross References

Isaiah 29:13Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;

Matthew 15:14Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in den gracht vallen.

Matthew 23:16Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.

John 9:40En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?

Romans 1:22Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;

Galatians 3:2Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)

Study 1 Timotheüs 1:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 1 Timotheüs 1:61 Timotheüs 11 Timotheüs 1:8 →