The Bible Software
bible.software › 2 Koningen › 2 Koningen 19 › 2 Koningen 19:27

2 Koningen 19:27

Maar Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen, en uw woeden tegen Mij.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

But I know thy abode, and thy going out, and thy coming in, and thy rage against me.

In Context

26Daarom waren haar inwoners handeloos; zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en de groene grasscheutjes, het hooi der daken, en het brandkoren, eer het over einde staat.

28Om uw woeden tegen Mij, en dat uw woeling voor Mijn oren opgekomen is, zo zal Ik Mijn haak in uw neus leggen, en Mijn gebit in uw lippen, en Ik zal u doen wederkeren door dien weg, door denwelken gij gekomen zijt.

Read all of 2 Koningen 19

Cross References

Deuteronomy 28:6Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.

Psalms 121:8De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.

Psalms 139:2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

Jeremiah 23:23Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Біблія (Українська)

Study 2 Koningen 19:27

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 2 Koningen 19:262 Koningen 192 Koningen 19:28 →