2 Samuël 16:10
Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Genesis 50:20Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.
2 Samuel 3:39Maar ik ben heden teder, en gezalfd ten koning, en deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn harder dan ik; de HEERE zal den boosdoener vergelden naar zijn boosheid.
2 Samuel 19:23En de koning zeide tot Simei: Gij zult niet sterven. En de koning zwoer hem.
1 Kings 22:21Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden.
Job 9:12Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?
Lamentations 3:37Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?