2 Samuël 23:29
Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;
Cross References
1 Samuel 13:2Toen verkoos zich Saul drie duizend mannen uit Israel; en er waren bij Saul twee duizend te Michmas en op het gebergte van Beth-El, en duizend waren er bij Jonathan te Gibea-Benjamins; en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.
1 Chronicles 27:15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.
Nehemiah 7:26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;