bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 3 › 2 Samuël 3:28
2 Samuël 3:28
Als David dat daarna hoorde, zo zeide hij: Ik ben onschuldig, en mijn koninkrijk, bij den HEERE, tot in eeuwigheid, van het bloed van Abner, den zoon van Ner.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And afterward when David heard it, he said, I and my kingdom are guiltless before the LORD for ever from the blood of Abner the son of Ner:
In Context
27Als nu Abner weder te Hebron kwam, zo leidde Joab hem ter zijde af in het midden der poort, om in de stilte met hem te spreken; en hij sloeg hem aldaar aan de vijfde rib, dat hij stierf, om des bloeds wil van zijn broeder Asahel.
29Het blijve op het hoofd van Joab, en op het ganse huis zijns vaders; en er worde van het huis van Joab niet afgesneden, die een vloed hebbe, en melaats zij, en zich aan den stok houde, en door het zwaard valle, en broodsgebrek hebbe!
Read all of 2 Samuël 3
Cross References
Genesis 4:10En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.
Exodus 21:12Wie iemand slaat, dat hij sterft, die zal zekerlijk gedood worden.
Deuteronomy 21:1Wanneer in het land, hetwelk de HEERE, uw God, u geven zal, om dat te erven, een verslagene zal gevonden worden, liggende in het veld, niet bekend zijnde, wie hem geslagen heeft;
This Verse In Other Editions
Study 2 Samuël 3:28