2 Samuel 5:21
En zij lieten hun afgoden aldaar; en David en zijn mannen namen ze op.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And there they left their images, and David and his men burned them.
In Context
22Daarna togen de Filistijnen weder op; en zij verspreidden zich in het dal Refaim.
Cross References
Deuteronomy 7:5Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.
1 Samuel 5:2En de Filistijnen namen de ark Gods, en zij brachten ze in het huis van Dagon, en stelden ze bij Dagon.
Isaiah 37:19En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven.
Isaiah 46:2Samen zijn zij nedergebogen, zij zijn gekromd, zij hebben den last niet kunnen redden, maar zijzelven zijn in de gevangenis gegaan.
Jeremiah 48:7Want om uw vertrouwen op uw werken, en op uw schatten, zult gij ook ingenomen worden; en Kamos zal henen uitgaan in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen.