bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 27 › Deuteronomium 27:5
Deuteronomium 27:5
En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And there shalt thou build an altar unto the LORD thy God, an altar of stones: thou shalt not lift up any iron tool upon them.
In Context
4Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;
6Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
Read all of Deuteronomium 27
Cross References
Exodus 24:4Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel.
1 Kings 18:31En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 27:5