Deuteronomium 28:6
Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Blessed shalt thou be when thou comest in, and blessed shalt thou be when thou goest out.
In Context
5Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog.
Cross References
Numbers 22:12Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.
Deuteronomy 31:2En zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaren oud; ik zal niet meer kunnen uitgaan en ingaan; daartoe heeft de HEERE tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.
2 Chronicles 1:10Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?