bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 9 › Deuteronomium 9:8
Deuteronomium 9:8
Want aan Horeb vertoorndet gij den HEERE zeer, dat Hij Zich tegen u vertoornde, om u te verdelgen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Also in Horeb ye provoked the LORD to wrath, so that the LORD was angry with you to have destroyed you.
In Context
7Gedenk, vergeet niet, dat gij den HEERE, uw God, in de woestijn, zeer vertoornd hebt; van dien dag af, dat gij uit Egypteland uitgegaan zijt, totdat gij kwaamt aan deze plaats, zijt gijlieden wederspannig geweest tegen den HEERE.
9Als ik op den berg geklommen was, om te ontvangen de stenen tafelen, de tafelen des verbonds, dat de HEERE met ulieden gemaakt had, toen bleef ik veertig dagen en veertig nachten op den berg, at geen brood, en dronk geen water.
Read all of Deuteronomium 9
Cross References
Exodus 32:7Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
Deuteronomy 1:6De HEERE, onze God, sprak tot ons aan Horeb, zeggende: Gij zijt lang genoeg bij dezen berg gebleven.
Psalms 106:19Zij maakten een kalf bij Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 9:8