Prediker 10:8
Wie een kuil graaft, zal daarin vallen; en wie een muur doorbreekt, een slang zal hem bijten.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He that diggeth a pit shall fall into it; and whoso breaketh an hedge, a serpent shall bite him.
In Context
7Ik heb knechten te paard gezien, en vorsten, gaande als knechten op de aarde.
9Wie stenen wegdraagt, zal smart daardoor lijden; wie hout klieft, zal daardoor in gevaar zijn.
Cross References
Judges 9:53Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.
2 Samuel 18:15En tien jongens, wapendragers van Joab, omringden hem, en zij sloegen Absalom, en doodden hem.
Psalms 7:15(7:16) Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft.
Psalms 9:15(9:16) De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden.
Amos 5:19Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang.