Prediker 4:8
Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
7Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
9Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
Cross References
Genesis 2:18Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
Psalms 39:6(39:7) Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdellijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.
Proverbs 27:20De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.
Ecclesiastes 1:13En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
Ecclesiastes 4:9Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
Ecclesiastes 5:10(5:9) Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.