The Bible Software
bible.softwareExodusExodus 29 › Exodus 29:8

Exodus 29:8

Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And thou shalt bring his sons, and put coats upon them.

In Context

7En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.

9En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aaron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aaron vullen, en de hand zijner zonen.

Read all of Exodus 29

Cross References

Exodus 40:14Gij zult ook zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Exodus 29:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Exodus 29:7Exodus 29Exodus 29:9 →