Exodus 4:11
En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mens den mond gemaakt, of wie heeft den stomme, of dove, of ziende, of blinde gemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
12En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.
Cross References
Genesis 18:14Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
Psalms 94:9Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen?
Proverbs 20:12Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.
Isaiah 35:5Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
Jeremiah 1:6Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.
Ezekiel 3:26En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.