The Bible Software
bible.software › Ezechiël › Ezechiël 39 › Ezechiël 39:11

Ezechiël 39:11

En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israel zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And it shall come to pass in that day, that I will give unto Gog a place there of graves in Israel, the valley of the passengers on the east of the sea: and it shall stop the noses of the passengers: and there shall they bury Gog and all his multitude: and they shall call it The valley of Hamon-gog.

In Context

10Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.

12Het huis Israels nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.

Read all of Ezechiël 39

Cross References

Exodus 8:14En zij vergaderden ze samen bij hopen, en het land stonk.

Numbers 34:11En deze landpale zal afgaan van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain; daarna zal deze landpale afgaan en strekken langs den oever van de zee Cinnereth oostwaarts.

Ezekiel 47:18Den oosterhoek nu zult gijlieden meten van tussen Havran, en van tussen Damaskus, en van tussen Gilead, en van tussen het land Israels aan den Jordaan, van de landpale af tot de Oostzee toe; en dat zal de oosterhoek zijn.

John 6:1Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Ezechiël 39:11

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Ezechiël 39:10Ezechiël 39Ezechiël 39:12 →