Ezechiël 40:38
Haar kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar wies men het brandoffer.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Leviticus 1:13Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
1 Kings 6:8De deur der middelste zijkamer was aan de rechterzijde van het huis; en door wenteltrappen ging men tot de middelste zijkamer, en van de middelste tot de derde.
Ezekiel 40:12En er was een ruim voor aan de kamertjes, van een el van deze, en een ruim van een el van gene zijde; en elk kamertje zes ellen van deze, en zes ellen van gene zijde.
Ezekiel 41:10En tussen de kameren was een breedte van twintig ellen, rondom het huis, rondom henen.
Hebrews 10:22Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.