The Bible Software
bible.software › Ezra › Ezra 10 › Ezra 10:20

Ezra 10:20

En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And of the sons of Immer; Hanani, and Zebadiah.

In Context

19En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, offerden zij een ram van de kudde voor hun schuld.

21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

Read all of Ezra 10

Cross References

1 Chronicles 24:14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,

Ezra 2:37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

Ezra 3:2En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israel, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Ezra 10:20

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Ezra 10:19Ezra 10Ezra 10:21 →