Ezra 2:66
Hun paarden waren zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Their horses were seven hundred thirty and six; their mules, two hundred forty and five;
In Context
67Hun kemelen, vierhonderd vijf en dertig; de ezelen, zes duizend zevenhonderd en twintig.
Cross References
1 Kings 10:25En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.