Genesis 10:6
En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And the sons of Ham; Cush, and Mizraim, and Phut, and Canaan.
In Context
Cross References
Genesis 5:32En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.
Genesis 9:22En Cham, Kanaans vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen.
1 Chronicles 4:40En zij vonden vette en goede weide, en een land, wijd van begrip, en stil, en gerust; want die van Cham woonden daar te voren.
Psalms 105:23Daarna kwam Israel in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.
Psalms 106:22Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.
Jeremiah 46:9Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.