Genesis 16:12
En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Genesis 21:20En God was met den jongen; en hij werd groot, en hij woonde in de woestijn, en werd een boogschutter.
Genesis 27:40En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
Job 39:5(39:8) Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?