Genesis 25:30
En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
29En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.
31Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.
Cross References
Genesis 32:4En hij gebood hun, zeggende: Zo zult gij zeggen tot mijn heer, tot Ezau: Zo zegt Jakob, uw knecht: Ik heb als vreemdeling gewoond bij Laban, en heb er tot nu toe vertoefd;
Genesis 36:8Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seir. Ezau is Edom.
Genesis 36:19Dat zijn de zonen van Ezau, en dat zijn hunlieder vorsten; hij is Edom.
Exodus 15:15Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten!
Deuteronomy 23:7Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder; den Egyptenaar zult gij voor geen gruwel houden want gij zijt een vreemdeling geweest in zijn land.
Obadiah 1:1Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.