The Bible Software
bible.softwareGenesisGenesis 26 › Genesis 26:18

Genesis 26:18

Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And Isaac digged again the wells of water, which they had digged in the days of Abraham his father; for the philistines had stopped them after the death of Abraham: and he called their names after the names by which his father had called them.

In Context

17Toen toog Izak van daar, en hij legerde zich in het dal van Gerar, en woonde aldaar.

19De knechten van Izak dan groeven in dat dal, en zij vonden aldaar een put van levend water.

Read all of Genesis 26

Cross References

Genesis 21:31Daarom noemde men die plaats Ber-seba, omdat die beiden daar gezworen hadden.

Psalms 16:4De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.

Zechariah 13:2En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Genesis 26:18

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 26:17Genesis 26Genesis 26:19 →