Genesis 27:24
En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And he said, Art thou my very son Esau? And he said, I am.
In Context
Cross References
1 Samuel 21:13Daarom veranderde hij zijn gelaat voor hun ogen, en hij maakte zichzelven gek onder hun handen; en hij bekrabbelde de deuren der poort, en hij liet zijn zever in zijn baard aflopen.
2 Samuel 14:5En de koning zeide tot haar: Wat is u? En zij zeide: Zekerlijk, ik ben een weduwvrouw, en mijn man is gestorven.
Job 13:7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?
Proverbs 12:19Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.
Proverbs 30:8Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
Romans 3:7Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?