The Bible Software
bible.softwareGenesisGenesis 29 › Genesis 29:3

Genesis 29:3

En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

And thither were all the flocks gathered: and they rolled the stone from the well’s mouth, and watered the sheep, and put the stone again upon the well’s mouth in his place.

In Context

2En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.

4Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.

Read all of Genesis 29

Cross References

Song of Solomon 4:12Mijn zuster, o bruid! gij zijt een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Genesis 29:3

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Genesis 29:2Genesis 29Genesis 29:4 →