Genesis 3:8
En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
9En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?
Cross References
Genesis 3:10En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Deuteronomy 5:25Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zou ons verteren; indien wij voortvoeren de stem des HEEREN, onzes Gods, langer te horen, zo zouden wij sterven.
Job 22:14De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt den omgang der hemelen.
Job 34:21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.
Psalms 139:1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.
Jeremiah 23:24Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.