Genesis 39:14
Zo riep zij de lieden van haar huis, en sprak tot hen, zeggende: Ziet, hij heeft ons den Hebreeuwsen man ingebracht, om met ons te spotten; hij is tot mij gekomen, om bij mij te liggen, en ik heb geroepen met luider stem;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Genesis 14:13Toen kwam er een, die ontkomen was, en boodschapte het aan Abram, den Hebreer, die woonachtig was aan de eikenbossen van Mamre, den Amoriet, broeder van Eskol, en broeder van Aner, welke Abrams bondgenoten waren.
Genesis 39:17Toen sprak zij tot hem naar diezelfde woorden, zeggende: De Hebreeuwse knecht, dien gij ons hebt ingebracht, is tot mij gekomen, om met mij te spotten.
Psalms 35:11Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.
Psalms 120:3Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?
Isaiah 51:7Hoort naar Mij, gijlieden, die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart Mijn wet is! vreest niet de smaadheid van den mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet.
Ezekiel 22:5Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!